Sinterklaas kán best veranderen: slaan met de roe en kinderen meenemen in de zak kunnen niet meer. Maar het verhaal over Sinterklaas en de zwarte Pieten schijnt niet zonder politiek conflict herzien te kunnen worden. Van de Dordtse politie hebben we anno 2011 kunnen leren dat in Nederland sommige mensen kennelijk meer gelijk zijn dan anderen wat betreft de vrijheid van meningsuiting.
Veel Surinaamse, Antilliaanse en Afrikaanse Nederlanders vieren het feest niet mee of staan er ambivalent tegenover, en migranten, vooral Amerikanen en Britten, hebben vaak een hartgrondige afkeer van Nederland in ‘swarte Pieten time’. Ze vragen zich af hoe zoiets anno 2011 nog mogelijk is. Anderen halen hun schouders op bij het in hun ogen overdreven politiek correcte en humorloze ‘gedoe’ over zwarte Piet, zo bijvoorbeeld Anil Ramdas in NRC/Handelsblad, op 4 december 2008. Hij meende zelfs dat dit populisme en misschien ook racisme in de kaart speelt, en daar zit helaas iets in.
Dit ‘gedoe’ zou echter helemaal niet nodig hoeven zijn, als de Nederlandse meerderheid wat flexibeler en historisch bewuster was. Want waarom zou je je schoen niet kunnen zetten of gemene gedichten schrijven zonder mee te moeten doen aan een ‘traditie’ die sommigen werkelijk pijn doet en anderen met stomheid slaat? Sinterklaas heeft een leuke, carnavaleske kant waarbij kinderen hun ouders, leerlingen hun leraren etc., van achter een masker en met een hoop zoetigheid de waarheid zeggen. Maar als de waarheid over Piet zelf eens ter sprake komt, wordt het opeens ongezellig. De onbuigzaamheid van veel Nederlanders om de ongelukkige raciale kanten van dit feest te erkennen is een teken van het onvermogen van de Nederlandse samenleving om met kritiek om te gaan.
Het prentenboek ‘Sinterklaas’ van Charlotte Dematons, dat ook dit jaar weer in elke boekwinkel vooraan staat bij de kinderboeken, illustreert deze verstarring. ‘Sinterklaas’ won in 2008 de Gouden Penseel en is alom geprezen. De Volkskrant schreef dat het ‘boek in geen enkel gezin mag ontbreken’. De jury van de Gouden Penseel prijst het boek omdat er ‘ruimte is voor alle lezers, jong en oud’ en noemt het een ‘klassiek prentenboek met actuele trekjes en een grote knipoog naar de literatuur, de beeldende kunst en Neerlands tradities en eigenaardigheden’. Verbazend is dat jury noch recensies opmerkten dat het boek een aantal van die ‘Neerlandse’ tradities pijnlijk in herinnering brengt. Kennelijk was het niet opgevallen dat een geschiedenis van ongelijke verhoudingen tussen zwart en wit in beeld gebracht wordt. De Pieten zijn overduidelijk zwarte mensen, van jong tot oud, met grote rode lippen zoals de negers van weleer. Met fietsjes en rollators, speelvelden en muziekinstrumenten lijken ze sprekend op ‘ons’, maar een paar dingen valt wel op in de verhouding van de Pieten tot Sinterklaas en de Nederlanders.

Het huis van Sinterklaas. Illustratie: Charlotte Dematons
De Pieten en Sinterklaas wonen in een paleis in Spanje, waar een duidelijke hiërarchie bestaat. Sinterklaas heeft de hele eerste verdieping tot zijn beschikking, met een schitterende slaapkamer, badkamer, en een ontvangstkamer met veel boeken en chique meubelen. De Pieten slapen met zijn allen op de zolder in slaapzalen met stapelbedden. Eén Piet heeft een eigen slaapkamer, waar een blanke pin-up aan de muur hangt, wat een klassiek raciaal stereotype uit de V.S. is. De Pieten doen al het werk in de keuken, blijmoedig doen ze de was, maken ze suikergoed en verwerken ze de cadeautjesmassa. Een vrouwelijke Piet die de tafel dekt draagt een bediendenschort dat duidelijk van voor Rosa Parks is. Sinterklaas, met zijn hand op de schouder van de hoofdpiet, houdt in de gaten of alles goed verloopt. Kortom een pagina vol koloniale nostalgie.

De boot van Sinterklaas. Illustratie: Charlotte Dematons
Daarna varen Sint en zijn Pieten naar Nederland in een grote stoomboot. Op het dek trappelt het paardje van Sinterklaas, maar onderin het ruim werken en slapen de Pieten met nog minder privéruimte dan in het paleis. Na enige tijd kijken naar deze plaat kwam een beeld bij mij boven: dat van de slavenschepen. Ik vond dat overdreven en joeg de associatie weer uit mijn hoofd. Toen ik echter in de gelegenheid was het boek aan een aantal Antilliaanse en Surinaamse Nederlanders te laten zien, zeiden ze het onafhankelijk van elkaar en in één oogopslag: het slavenschip. Voor hen zat dat beeld kennelijk dichterbij, maar het zou keihard zijn om dat als een probleem van hen te zien, in plaats van zelf de historische links te durven erkennen. Bij de intocht van Sinterklaas op de volgende pagina worden pogingen enige verandering in het feest te brengen door de Pieten zelf van de hand gewezen: een paarse en een blauwe Piet staan hun best te doen, maar de echte Pieten lachen ze uit. Vol ijver storten die zich vervolgens op hun taak om iedereen een gezellige avond te bezorgen; zij zijn degenen die constant aan het werk zijn; de Nederlanders, ook een paar mensen met een donkere huidskleur, zitten te genieten van hun werk.

Kortom, in ‘Sinterklaas’ komen de associaties met zowel slavernij als raciale en economische ongelijkheid uitbundig naar voren en de Pieten is elke associatie met iets anders dan intense braafheid ontnomen. Dematons’ intenties doen eigenlijk niet ter zake: het boek is een kunstwerk en geeft geen oordeel over wat het verbeeldt; het roept zelfs interessante vragen op. Maar als kinderboek is ‘Sinterklaas’ problematisch. Wat zegt het over de Nederlandse cultuur dat dit boek de Gouden Penseel krijgt zonder dat ook maar genoemd wordt welke geschiedenis het oprakelt? In ieder geval presteert de Nederlandse culturele elite het om stereotypen en beelden die onmiddellijk verwijzen naar een koloniale geschiedenis naïef als een ‘Neerlandse traditie’ te presenteren. Een pessimist zou dit zien als een teken dat niet alleen de politiek, maar ook de Nederlandse cultuur haar agenda steeds meer door nationalisme laat bepalen.
Sinterklaas van Dematons blaast het verhaal zodanig op dat het wel móet knappen. Een witte Sinterklaas die de baas is over een groep zwarte Pieten die zich braaf en blijmoedig inzetten om de Nederlanders te plezieren, kan niet meer mee in de huidige samenleving. Als de jury schrijft: ‘dat boek willen we bekijken, nu en nog jarenlang’, dan zullen we eraan moeten geloven. Ja, dit boek moeten we bekijken en dan Sinterklaas weer aanpassen; minder ‘klassiek’, minder braaf, minder Moriaantje. Meer Annie M.G. Schmidt en minder Rie Cramer, meer kleur, minder zwart-wit. En inderdaad, Anil Ramdas, meer humor zou ook mooi zijn. Anders verwordt het Sinterklaasfeest van een kostbare traditie tot een nare, pijnlijke optocht.
Yolande Jansen is Universitair Docent Politieke en Sociale Filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Dit is een bewerkte versie van een stuk uit 2008 op de website Eutopia: http://www.eutopia.nl/opinie.php?curr_id=549.
-
loish likes this
-
kwintessens reblogged this from zwartepietisracisme
-
zwartepietisracisme posted this